Avoriaz 1800 Geschiedenis

Avoriaz 1800

een droom die werkelijkheid werd

Sinds de oprichting van Avoriaz 1800 in 1966 heeft het skioord altijd het voortouw genomen, met een visie voor duurzaam wintersporttoerisme.

De vlakte waar het skidorp is gebouwd was vroeger eigendom van een bekende familie uit de Chablais: de graven van Rovorée. De alpenweiden werden overgedragen aan de gemeente Morzine en kregen de naam « Rovorée » wat in de loop der tijd « Avorée » en « Avoréaz » werd, om uiteindelijk te veranderen in Avoriaz (de « z » wordt niet uitgesproken), de naam die we vandaag de dag gebruiken.

In die tijd was de vlakte droog en niet echt vruchtbaar, met slechts een paar bergchalets voor de herders die in het voorjaar hun kuddes naar de bergen leidden om ze in de herfst weer naar de vallei te brengen. 

Een visie: Jean Vuarnet. 

Op 22 februari 1960 wordt Jean Vuarnet uit Morzine wereldkampioen en Olympisch kampioen downhill skiën in Squaw Valley. Als bedenker van de aerodynamische « tuck- » houding eindigt de carrière van de atleet wanneer hij 27 is.

Bij terugkomst in Morzine begint Jean Vuarnet met het waarmaken van zijn droom, met de wil van een man met visie, klaar om bergen te verzetten. In een tijd van grote economische ontwikkeling leek het uitvoeren van een nieuw concept voor een auto-vrij skioord een onbezonnen project.

Toch maakt dit concept, dat breekt met traditionele skioorden, 50 jaar later van Avoriaz 1800 nog steeds een wereldwijd voorbeeld van een uitstekende balans tussen een visie, een bestemming en duidelijke principes.

Samen met de gemeente Morzine en diverse investeerders komt het project tot stand. De eerste skiliften worden in gebruik genomen, maar al snel loopt Jean Vuarnet aan tegen een tekort aan budget en hij lijkt failliet te gaan.

En dan kruist hij het pad van Robert Brémond die zijn vakkennis op het gebied van onroerend goed en financiën inzet, samen met de nodige investeringen voor het waarmaken van de droom Avoriaz 1800. In maart 1963 wordt de gondellift Prodains in gebruik genomen.

Cover video

Een uitdaging: Gérard Brémond 

Gérard Brémond is 27 jaar. Hij houdt van jazz, speelt zelf en schrijft over het eerste album van John Coltrane. Maar in 1964 vraagt zijn vader Robert Brémond, een projectontwikkelaar uit Parijs, hem om het skioord Avoriaz te ontwerpen, waar hij samen met Jean Vuarnet sinds 1962 eigenaar van is.

Op een dag zegt zijn vader tegen hem: « De bergen is iets voor jonge mensen. Als je wilt, leen ik je wat geld dat je me later teruggeeft. Dan kun je je eigen bedrijfje beginnen ». Deze zin was het begin van een uniek avontuur op het gebied van onroerend goed, architectuur en persoonlijke investering.

Hij begint met het afwijzen van de bestaande ideeën, die te traditioneel, te stedelijk en te gewoon waren. Hij wil durf zien en risico’s nemen was voor hem geen probleem. Hij geeft de vrije hand aan een vernieuwende, rebelse architect: Jacques Labro, die al snel ging samenwerken met Jean-Jacques Orzoni en Jean-Marc Roques.

Hun revolutionaire bouwkundige handtekening breekt volledig met de nieuw-stedelijke architectuur uit die tijd. Hij gaat akkoord met ontwerpen die niet heel rendabel zijn, en laat hen vrij om hun project op te zetten zonder hun creativiteit te beperken. De piramidevormige appartementencomplexen uit de samenvloeiende architectuur hebben verloren bouwoppervlaktes en de keuze om alle appartementen op het zuiden te plaatsen brengt ook extra kosten met zich. Deze originele aspecten leggen de basis voor een duurzaam skioord met milieuvriendelijke gebouwen. 

Het succes van Avoriaz ligt in de aaneenschakeling van gedurfde projecten

Gérard Brémond

Bouwkundige durf: Jacques Labro 

In 1961 krijgt Jacques Labro de Prix de Rome. Op 26-jarige leeftijd ontmoet hij Gérard Brémond. Samen met Jean-Jacques Orzoni en Jean-Marc Roques – met wie hij architectenbureau Atelier d’Architecture d’Avoriaz (AAA) opricht – ontwerpt hij een heel nieuw soort skioord met een ideale en speelse opzet: 209.000 vierkante meter om te bebouwen, op basis van een auto-vrij skioord, bedacht door Jean Vuarnet, de Olympisch Kampioen downhill skiën van 1960.

Het team van architecten besluit afstand te nemen van regelmatige geometrische vormen en plaatst, tussen de wirwar van skipistes, appartementencomplexen, chalets en faciliteiten, naar gelang de topografie. Slechts één concept vormt de leidraad van hun werk: het ontwerpen van een architectuur aangepast op het natuurlijke decor zonder duidelijke enting op typische bergchalets of stedelijke volumes.

Deze levende architectuur, die Jacques Labro beschrijft als « samenvloeiende architectuur », in navolging van Franck Lloyd Wright of Aval Aalto, gaat compleet in tegen het concept van bestaande bouwmethodes en vergelijkbare skioorden uit de jaren ’60 met strakke stedelijke lijnen en neo-rustieke stijl.

50 jaar later is Avoriaz nog steeds vooruitstrevend op het gebied van architectuur en landschapsinrichting. De gebouwen zijn geplaatst naar gelang het reliëf om volop te kunnen genieten van het uitzicht en de zon, door de omliggende bergen te benadrukken.

Eco-conçue

La saviez-vous ? Dès sa création Avoriaz 1800 est pensée piétonne et ses bâtiments sont éco-conçus dans une vision touristique durable.   

Architecture organique

L’architecture mime le paysage environnant et s’intègre dans son milieu. Parfait exemple du modernisme intégré à la nature, les lignes uniques d’Avoriaz sont labellisées Grande réalisation du 20ème siècle.

Festival du film fantastique

Door heel zijn geschiedenis wordt Avoriaz 1800 beschouwd als een aantrekkelijke locatie voor de media, dankzij de talloze unieke aspecten van het skioord,  maar ook het innoverende communicatiebeleid. Avoriaz wordt druk bezocht door bekende persoonlijkheden en krijgt daarmee veel bekendheid. Maar dat is niet genoeg voor Gérard Brémond. Hij wil het skioord in de media op de kaart zetten. Daarom ontwikkelt hij in rap tempo de reputatie van het skioord door het Festival du Film Fantastique (internationaal filmfestival voor SF en horrorfilms) naar Avoriaz te halen. Hiermee wordt het skioord de eerste toeristische bestemming die gebruikmaakt van event marketing.

Het is een riskante uitdaging: begin jaren ’70 staat het SF filmgenre nog in de kinderschoenen en er is dus geen zicht op de potentie van het genre of het toekomstige succes ervan. Het idee bevalt Gérard Bromond, die met het concept van Avoriaz 1800 al bewezen had dat hij van innovatie houdt. 

Als een stel pioniers gaat zijn team op zoek naar kwaliteitsfilms en bekijkt 20 jaar lang films van over de hele wereld om de beste er uit te pikken die worden vertoond aan een steeds groter wordend publiek. Avoriaz 1800 kreeg het geluk om, naast drie Italiaanse producties en vier Amerikaanse, de eerste film met « bijzondere spanning en horror » te presenteren van een jonge Amerikaanse cineast: het verhaal van een truck die onophoudelijk een man achtervolgt om hem te doden. Hiermee wordt het filmfestival op de kaart gezet.

« Duel » van Steven Spielberg wint de Grand Prix. Tijdens de week van het festival vechten televisiezenders om een plekje in Avoriaz voor hun live-uitzendingen: amusementsprogramma’s, spelprogramma’s, nieuwsprogramma’s… niets is te gek om de beste technische middelen naar 1800 meter hoogte te halen, met gasten die vanuit Parijs speciaal naar het skioord afreizen. 

Unieke winnaars en jury's

Na « Duel » en Spielberg in 1973 volgen « Soylent Green » van Richard Fleischer en « Phantom of the Paradise » van Brian de Palma. Andere winnaars zijn: « Elephant man » van David Lynch, « Blue Velvet », « Mad Max » van George Miller, « Terminator » van James Cameron, « Alter Ego » van David Cronenberg. Allemaal filmregisseurs die dankzij Avoriaz 1800 wereldwijde bekendheid kregen.

Het zijn horror en SF films van unieke kwaliteit die het genre naar een hoger niveau brachten en die sindsdien tussen de top uit de filmwereld staan. Voor het eerst zijn de juryleden niet alleen filmmakers maar ook schrijvers (Alain Robbe-Grillet, Romain Gary, Françoise Sagan, Eugène Ionesco, Jorge Semprun…) en zangers (Serge Gainsbourg, Johnny Hallyday, Henri Salvador, Léo Ferré, Julien Clerc, Georges Moustaki, Charles Aznavour, Jane Birkin…), samen met filmregisseurs (Michelangelo Antonioni, Steven Spielberg, Brian De Palma, Agnès Varda, Claude Lelouch, René Clément…) en acteurs (Jeanne Moreau, Alain Delon, Michael Lonsdale, Thierry Lhermitte, Jean Rochefort, Pierre Richard, Sophie Marceau…).